Damhert

Bij maaien in de periode begin maart – eind juni:

  • Bespreek het maaien zo vroeg mogelijk vóór de werkzaamheden met uw loonwerker.
  • Waarschuw uw faunabeheerder zo vroeg mogelijk vóór dat het veld gemaaid gaat worden. Maak een afspraak met hoeveel mensen en wanneer welke maatregelen worden genomen en of het perceel moet worden afgezocht naar jongen.
  • Jongen vluchten niet en blijven liggen in het perceel. Loop van te voren altijd het veld af om ze op te sporen. Doe dit zo kort mogelijk vóór het maaien. Doe dat met meerdere mensen op één lijn.
  • Het is aan te bevelen om bij het maaien gebruik te maken van een “wildredder” op uw machine. Voor jongen tot circa 6 weken heeft dit echter geen nut omdat deze bij naderend gevaar juist stil en plat gaan liggen. Oudere zullen wel proberen te vluchten, maar zijn fysiek vaak niet in staat om te ontkomen.
  • Maai van binnen naar buiten. De jongen bevinden zich bij voorkeur in de randen van een perceel. Wanneer u van buiten naar binnen maait, dwingt u daardoor de dieren in een steeds kleinere ruimte. Vluchten over gemaaid terrein doen zij liever niet.
  • Beperk uw snelheid.
  • Maak de avond voor het maaien het perceel “vreemd”.

Als het te maaien perceel klein is, kan men een dag voor het maaien het veld “vreemd” maken. Dit kan doormiddel van het ophangen van plastic zakken of zilverpapier. Hierdoor is de kans groot dat de moeder haar jongen veilig zal stellen door ze elders af te leggen. Haal na het maaien al deze materialen weer snel weg.

Wanneer het veld groot is en aan één kant aan een dekking grenst, kan men dat ook doen langs de dekking.